3 februari 2021 Legitiem en gecontroleerd

Ethisch ondernemer Tom van Arman: “Technologie uitrollen zonder inspraak van burgers werkt niet”

Tessel Renzenbrink
  • Follow us on Facebook
  • Follow us on LinkedIn
  • Follow us on Twitter

Tom van Arman is oprichter en directeur van Tapp, een bureau dat verantwoorde stedelijke technologieën ontwikkelt. Van Arman zit bomvol ideeën over de digitale stad en de rol die Tada daarin kan spelen. Burgers moeten veel meer betrokken worden bij de implementatie van technologie in de publieke ruimte, aldus Van Arman. Hij vertelt hoe hij de Tada principes inzet om dat te realiseren in zijn projecten. Ondernemers zouden meer van elkaar kunnen leren over het ontwikkelen van ethische technologie. Het Tada platform kan daarin fungeren als een bibliotheek voor de uitwisseling van kennis.

Tapp slaat een brug tussen de 20e eeuwse fysieke stad en het 21e eeuwse digitale landschap. Het werkt als een collectief. Voor elk project wordt een specifiek team samengesteld van mensen met verschillende disciplines en achtergronden. Tapp is gevestigd op het Marineterrein in Amsterdam. In dit Living Lab worden ideeën getest die bijdragen aan een duurzame en toekomstbestendige stad. Een van de projecten waar Van Arman met Tapp aan werkt is de druktemeter. Deze open source crowd monitor is ontwikkeld volgens de principes van Tada in samenwerking met het Chief Technology Office Amsterdam (CTO) en Markus Pfundstein oprichter van Life Electronic.

Hoe pas je de Tada waarden toe in je projecten?

Van Arman: Voordat je aan een project begint moet je goed onderzoek doen. Je moet in kaart brengen welke waarden en principes je belangrijk vindt. En, belangrijker, welke waarden jouw stakeholders belangrijk vinden. Daarom moet je aan het begin van het traject met alle stakeholders om de tafel om tot een gezamenlijke visie te komen. Concreet geven we dat vorm met een workshop uit de Tada toolbox. We organiseren een sessie met alle stakeholders waarin we de zes Tada principes langs het project leggen. Hoe zorgen we dat ons project inclusief is? Hoe waarborgen we de menselijke maat? Tada structureert het gesprek. Zonder zo’n structuur of framework zouden zulke gesprekken eindeloos door gaan.

Tijdens zo’n sessie kan iedereen zich uitspreken. Het is een check of alle stakeholders op dezelfde golflengte zitten. We leggen het vast zodat voor iedereen duidelijk is wat we aan het ontwikkelen zijn. Nadat een pilot is gelanceerd, organiseren we weer zo’n sessie. Afgelopen december hebben we dit voor de Druktemeter gedaan. Daar is een rapport uitgekomen dat voor elk van de zes principes drie vragen beantwoord: Wat gaat er goed? Waar wordt nog niet volledig aan het principe voldaan? En welke stappen we moeten zetten om dat te verbeteren?

Tapp doet veel projecten in de publieke ruimte. Hoe win je het vertrouwen van de burger, de eindgebruiker?

Ik zou burgers geen eindgebruikers noemen, eerder mensen die door de technologie geraakt worden. Juist omdat de technologie impact heeft op burgers is het belangrijk dat zij er vertrouwen in hebben. Om dat vertrouwen te winnen moeten we eerlijk zijn over wat voor een technologie we maken en waarom. Veel toepassingen zijn tech-gedreven of winstgedreven, dat is niet het juiste uitgangspunt. Je moet je inzetten voor het algemeen belang. Het moet in dienst van van jouw stad. Om dat te bereiken moeten burgers betrokken worden. Laat ze deelnemen aan de ontwikkeling en implementatie van jouw technologie. Als je co-creëert ontstaat er automatisch vertrouwen.

Je moet een eerlijke en oprechte relatie onderhouden met burgers. En dat moet je documenteren en communiceren. Laat het zien. Op die manier kunnen burgers zien dat je je aan die waarden houdt en hen helpt bij het verbeteren van de stad. Technologie uitrollen zonder inspraak van burgers gaat niet werken. Zeggenschap van burgers draagt bij aan de legitimiteit van de toepassingen die je implementeert. En je moet checks and balances instellen waarmee je controleert dat de technologie in dienst staat van het algemeen belang.

Met het Tada manifest kan je heel specifiek zijn over wat je bedoelt met dat algemeen belang. Tada biedt zes duidelijke principes waar je je als stad aan wilt houden, in wat voor een soort stad we willen leven. De digitale stad brengt veel verandering. We staan op het punt om heel veel grenzen over te gaan. De zes principes helpen ons om onszelf te controleren. Het is een filter of lens waar we doorheen kunnen kijken. Dit zijn de principes waar we het over eens zijn en waar we ons allemaal aan moeten houden.

Helpt het Tada manifest bij het betrekken van burgers?

Voor mij wel. De beschrijving van de Tada principes biedt een consistent thema. Drie van de zes principes dwingen je om de mensen die door jouw toepassingen worden geraakt, uitgebreid te betrekken. Dus moet je steeds kijken: waar liggen kansen om feedback van de samenleving te krijgen? Op welk moment kan ik met burgers in gesprek? Die kansen zijn er altijd, zeker in een living lab als het Marineterrein. Er lopen letterlijk duizenden mensen over het terrein waar we feedback van kunnen krijgen. We doen officiële onderzoeken met vragenlijsten en clipboards. Maar ik spreek mensen ook gewoon aan. Dan vraag ik: ‘daar hangt een camera, beïnvloedt dat jouw gedrag?’.
Je moet feedback loops organiseren om te waarborgen dat jouw technologie verantwoord en ethisch is. Mensen moeten betrokken worden bij de ontwikkeling van technologie. Dus moeten we ervoor zorgen dat er een publieke discussie ontstaat. We moeten het uit de bestuurskamers halen en naar de keukentafel brengen.

Wat zou Tada kunnen betekenen voor ethische entrepreneurs?

Het Tada platform zou een bibliotheek kunnen zijn waar methodes en best practices worden verzameld. Een soort Github voor het ontwikkelen van ethische technologie. We hebben bijvoorbeeld een Responsible Sensing kit ontwikkeld samen met het CTO en CITIXL. Het is een stappenplan om sensoren op een verantwoorde manier in te zetten in de publieke ruimte. Het biedt onder meer handvatten voor het organiseren van burgerparticipatie en het maken van een impact analyse. We gaan de kit nu testen in het veld. Als het af is zal het de formele toolkit worden voor het Responsible Sensing Lab van het AMS instituut. Dit framework kan je ook beschikbaar maken voor andere bedrijven en organisaties. Je kan het aanpassen zodat het in verschillende contexten bruikbaar is.
Ik vind het Tada manifest prachtig maar het moet op een gegeven moment wel praktisch worden. Voor een ondernemer is het makkelijk om het te ondertekenen maar moeilijker om het daadwerkelijk in je project te implementeren. Dit is een rol die het Tada platform op zich zou kunnen nemen: ontwikkelaars helpen om voorbij het manifest te gaan en het te implementeren in hun project. Een kennisbank waar ontwikkelaars hun methoden kunnen uitwisselen is een manier om dat te doen.

Hoe kunnen burgers meer worden betrokken bij het ontwerpen van de digitale stad?

Mijn droom is co-creatie. Ik zou burgers willen helpen zich te transformeren van consumenten naar prosumenten [mensen die niet allen consumeren maar ook produceren (red.)]. Burgers kunnen technologie gebruiken om hun problemen te documenteren. Bijvoorbeeld geluidsoverlast of luchtvervuiling. Ik wil hen leren hoe ze sensoren kunnen inzetten om data te verzamelen. Daarmee kunnen ze aantonen dat er een probleem is. Dat werkt beter dan subjectieve, emotionele argumenten.

Nadat je hebt aangetoond dat er een probleem is, kun je op zoek naar een team dat het probleem op kan lossen. In die visie zijn burgers ambassadeurs voor startups. De burger valideert dat er een markt is. Het toont de noodzaak, de vraag, het waarom. Omgekeerd kunnen startups ambassadeurs worden van burgers. Een startup kan samenwerken met een groep mensen die een probleem hebben geïdentificeerd en hen betrekken bij het ontwikkelen van een oplossing. Tada zou kunnen bijdragen aan het betrekken van burgers bij het creatie proces. En het zou als een matchmaker kunnen fungeren die burgers en ondernemers bij elkaar brengt.

Geef een antwoord