7 maart 2019 Van iedereen voor iedereen

Tada principes opgenomen in Agenda Digitale Stad

  • Follow us on Facebook
  • Follow us on LinkedIn
  • Follow us on Twitter

Foto: Henk Rougoor

De eerste Amsterdamse Agenda voor de Digitale Stad werd op 1 maart gelanceerd. De agenda getiteld ‘Een digitale stad voor én van iedereen’ streeft naar een vrije, inclusieve en creatieve digitale stad. Verantwoord gebruik van data is daar een onderdeel van. Eén van de acties om dat te bereiken is de implementatie van het Tada manifest.

Wethouder Digitale Stad Touria Meliani presenteerde de Agenda in het vrolijk ogende pand van The Beach/Garage Notweg, een laboratorium voor sociale en duurzame innovatie in Nieuw-West. Ze wist meteen de aandacht te vangen van het 150 koppige publiek door het delen van persoonlijke data. Op het scherm toonde ze een WhatsApp gesprek met haar moeder. “Mijn moeder zou het liefst willen dat ik elke week op bezoek kom, maar dat kan niet want ze woont ver weg. Daarom delen we veel via WhatsApp. Ze is laaggeletterd daarom communiceren we veel via foto’s en audioberichten. We hebben persoonlijke gesprekken via dit systeem maar we weten niet wat er met die berichten gebeurd. Mensen stoppen hart en ziel in hun telefoon maar de bedrijven die achter deze technologie zitten, hebben andere bedoelingen. Hier zie je op een heel alledaags niveau een risico van digitalisering. De digitale stad gaat over de mensen die daar mee te maken hebben. En dat zijn wij allemaal.”

Amsterdam implementeert Tada manifest

Met haar voorbeeld legde wethouder Meliani één van de uitdagingen bloot die in de Digitale Agenda wordt benoemd. De dataverzameldrang leidt ertoe dat sommige partijen steeds meer macht krijgen. De data kan worden aangewend om gedrag te beïnvloeden en mensen te manipuleren. Daarmee wordt de vrijheid van Amsterdammers aangetast. De stad wil hier tegenwicht aan bieden. Amsterdam zet zich in voor betere regels die de privacy en autonomie van burgers waarborgen. Dat doet het niet alleen, maar in samenwerkingsverbanden op nationaal en internationaal niveau. Op lokaal niveau voegt de gemeente daad bij woord door verantwoord met data om te gaan. In het komend jaar gaat ze de Tada principes in de eigen organisatie implementeren.

In discussie over technologie

Douwe Schmidt van Bureau Tada kreeg het woord om het publiek meer over Tada te vertellen. “Tada is ontstaan uit een brede coalitie van burgers en organisaties. Die zijn in gesprek gegaan over de digitale stad en hoe we die willen vormgeven. Daar is het manifest ‘Tada – duidelijk over data’ uitgerold. Hierin worden zes principes benoemd die in de digitale stad zouden moeten gelden.” Een van die principes is bijvoorbeeld ‘inclusief’: de digitale stad moet, net als de fysieke stad, toegankelijk zijn voor iedereen. Schmidt: “De volgende stap is om de Tada principes in de praktijk te brengen. Hoe vertaal je die abstracte waarden in iets concreets? Bureau Tada werkt samen met de gemeente om daar vorm aan te geven. We hebben workshops ontwikkelt waarin we praktisch met Tada aan de slag gaan. Eén van de methoden die we gebruiken is het spectogram. Daarmee starten we een discussie door naar concrete casussen te kijken.”

Om een beter idee te krijgen hoe dat werkt, nodigde Schmidt de 150 aanwezigen uit deel te nemen aan een principiële discussie over technologie. Hij legde het publiek een stelling voor. Wie voor was ging staan, tegenstemmers bleven zitten. Bij de stelling ‘Amsterdam zal nooit gezichtsherkenning gebruiken’ stond een flink aantal mensen op. “Er wordt al op zoveel plekken data opgeslagen”, zei één van de voorstemmers, “en we hebben geen idee wat er mee gebeurd. Dus laten we voorlopig even wachten met het aanleggen van nog meer dataopslagplaatsen.” Een tegenstemmer beargumenteerde: “De bezwaren die je kan hebben tegen gezichtsherkenning, kan je te niet doen met technische oplossingen en goede regels.” Er was ook iemand die zich in beide standpunten niet kon vinden: “Je moet niet van die boude uitspraken doen waarin het alles of niets is. Misschien vind je dat je geen camera’s met gezichtsherkennning op straat moeten worden geplaatst. Daar kan je een debat over voeren. Maar vooraf technologieën uitsluiten zonder daar een gesprek over te voeren, is niet de juiste weg.”

Schmidt: “Zo zie je maar dat als je casussen gaat bespreken er direct discussie ontstaat. Mensen willen hier met elkaar van gedachte over wisselen. Tada is begonnen met het benoemen van principes waar we de digitale stad op willen stoelen. Nu maken we een verdiepingsslag door er met elkaar over te praten en de principes concreet toe gaan passen.”

Privacy in de digitale stad

Na de presentatie van Tada nodigde wethouder Meliani verschillende mensen uit op het podium. Voor het ontwikkelen van de Digitale Agenda legde ze veel werkbezoeken af. Ze ontmoette veel mensen die haar inspireerden. Met een aantal van hen ging ze tijdens de lancering in gesprek. Met Marleen Stikker van De Waag sprak ze over privacy. Stikker: “Het woord privacy is aan erosie onderhevig daarom spreek ik liever over zelfbeschikking. Zeg je privacy dan hoor je vaak: ‘ik heb niets te verbergen’. Maar het gaat er niet om of je iets op je kerfstok hebt staan. Dat zie je aan het gesprek tussen wethouder Meliani en haar moeder. Het gaat om de wens de privé sfeer te behouden. Bij zelfbeschikking gaat het over de vraag: maken wij nog onze eigen keuze? We worden genudged en gemanipuleerd. Zelfbeschikking is een hoeksteen van de rechtstaat. Maar op het digitale gebied wordt ons heel veel uit handen genomen.”

Mark Wiebes van de Nationale Politie zei over privacy: “Tijdens de Tada discussie kwam het dilemma van gezichtsherkenning herkenning aan de orde. Het is heel verleidelijk om dat soort technieken in te zetten voor opsporingsonderzoek. Maar iedereen die bij de politie gaat, zweert een eed om burgers en burgervrijheden te beschermen. Privacy is één van die vrijheden. Maar technologie moet je ook niet zonder meer aan de kant zetten. Het niet gebruiken van technologie heeft ook een prijs. Dus moet je verschillende mogelijkheden overwegen. Bijvoorbeeld het inbedden van privacyregels in de technologie.”

De wethouder vertelde over twee concrete acties uit de Digitale Agenda die de privacy van Amsterdammers doet verhogen: “Alle burgers krijgen een Mijn Amsterdam, een persoonlijke digitale omgeving. Hier kan je inzien welke gegevens de gemeente over jou heeft opgeslagen.” Daarnaast wordt half maart een digitale kaart gelanceerd waarop slimme apparaten zijn aangegeven. Hierop kunnen burgers zien waar de gemeente camera’s en andere meetinstrumenten heeft geplaatst. Ook kan worden bekeken welk type data de sensoren verzamelen.

Een inclusieve digitale stad

Over de inclusieve stad sprak de wethouder met Fatimzahra Baba van stichting Saaam. Saaam helpt laaggeletterde moeders bij het begrijpen van social media. Hun kinderen gebruiken social media en hebben zo een wereld waar de ouders niet bij kunnen. Er worden onderwerpen besproken als exposing (het delen van ongewenste foto’s of verhalen op social media). Een dochter die dat had ondervonden was depressief geraakt. Ze praten met elkaar over hoe de digitale weerbaarheid van hun kinderen te vergroten. Baba: “Over laaggeletterde moeders wordt vaak gezegd: ‘Ze kunnen niet en ze willen niet’. Maar dat is niet waar. Ze willen wel!”

“Inclusief betekent ook dat iedereen mee moet kunnen doen”, zei de wethouder. “Daarin hebben we als gemeente ook stappen gezet. We hebben met verschillende mensen om de tafel gezeten. Iemand met een fysieke beperking, een slechtziende. Zij wezen ons op tekortkomingen. Een slechthorende gaf aan dat sommige gemeentelijke informatie alleen telefonisch opgevraagd kan worden. Deze mensen moeten de digitale stad mee gaan ontwerpen. We zijn nog te weinig in staat vanuit een ander perspectief naar mensen te kijken. Maar als we een inclusieve stad willen is dat wel nodig.”

De bijeenkomst werd afgesloten met de officiële lancering van de eerste Amsterdamse Agenda Digitale Stad. In het voorwoord stelt wethouder Meliani: “De stad is van iedereen, de digitale stad ook.”

Foto: v.l.n.r. Gülden Ilmaz (moderator), wethouder Touria Meliani, Fatimzahra Baba – stichting Saaam, Sander Klous hoogleraar Big Data Ecosystems Universiteit van Amsterdam.

Geef een reactie