16 maart 2018 Van iedereen voor iedereen

Tada in de praktijk: van iedereen voor iedereen

  • Follow us on Facebook
  • Follow us on LinkedIn
  • Follow us on Twitter

Hoe kunnen we de waarden uit het manifest toepassen in de praktijk? In de eerste aflevering van een serie legt Johan Stokking van The Things Network uit hoe zijn organisatie invulling geeft aan ‘Van iedereen, voor iedereen’.

Van iedereen, voor iedereen. Dat het niet alleen mooi klinkt, maar ook echt kan werken laat The Things Network zien. Dat is een netwerk voor Internet of Things van iedereen, voor iedereen. “Iedereen kan van het netwerk gebruikmaken en iedereen kan het netwerk uitbreiden door er een gateway op aan te sluiten”, zegt Johan Stokking, technisch directeur van The Things Network. “Het idee ervoor is gebaseerd op het internet, wat groot is geworden door het verbinden van kleine stuknetwerken, met open standaarden en protocollen. Zo willen wij Internet of Things ook benaderen.”

Openheid

Het voordeel hiervan is dat er geen afhankelijkheid is van bedrijven: er hoeft geen abonnementsgeld betaald te worden om gebruik te maken van het netwerk en individuele partijen. Particulieren én bedrijven hebben zelf de mogelijkheid om het netwerk uit te breiden. “Het netwerk geeft je toegang tot connectiviteit, zonder dat je daarvoor hoeft te betalen. Wij geloven erg in die openheid.”

Dat hij en mede-oprichter Wienke Giezeman niet alleen stonden in hun geloof blijkt wel uit het succes ervan. In Amsterdam is het netwerk met 41 gateways inmiddels volledig dekkend en ook in de rest van de wereld gaat het hard. De achterban, de ‘iedereen’ is zeer divers. In 2015 werd er met een crowdfundingsactie 300.000 euro opgehaald, in plaats van de beoogde 120.000. Stokking: “Onze community bestaat uit heel veel soorten mensen en bedrijven: enthousiastelingen die IoT-technologie mooi vinden, startups, onderwijsinstellingen die ons netwerk voor R&D gebruiken. En ja, er is ook een groep techno-anarchisten in ons netwerk, die in control willen zijn van techniek en niet overgeleverd willen worden aan overmacht van grote Amerikaanse partijen.”

Morele verplichting

The Things Network is transparant over het gebruik van het netwerk. “Het netwerk is van iedereen, dus ik vind dat wij als stichting de morele verplichting hebben om te rapporteren naar onze gebruikers hoe dat netwerk gebruikt wordt. We geven dus heel veel metadata, over signaalsterktes, waar gateways staan, hoeveel data er verstuurd wordt.” De data zelf is wel versleuteld, legt Stokking uit. “Deze is van degene die de data maakt. We hebben wel overwogen een platform te maken waarop deelnemende partijen hun data beschikbaar kunnen maken, maar dat heeft nu even geen prioriteit omdat het veel complexer is dan we initieel dachten.”

Als gebruikers van het netwerk dat willen zijn er mogelijkheden genoeg om de data te delen, vindt Stokking. “Ik vind niet dat ze daartoe verplicht zijn. Ik zou me kunnen voorstellen dat er op basis van vrijwilligheid een soort uitwisseling kan plaatsvinden. Bijvoorbeeld dat als Uber geïnteresseerd is in de spreiding van mensen in de stad, ze die data met de gemeente kan ruilen voor eigen relevante data. Maar dat is misschien een wel erg idealistische gedachte.”