18 december 2018 inclusief

Wat is waardig digitaal bestuur?

  • Follow us on Facebook
  • Follow us on LinkedIn
  • Follow us on Twitter

Is er wel een verschil tussen waardig digitaal bestuur en waardig analoog bestuur? Volgens Maaike Kamps (fellow aan het Open Government Fellowship van Waag, voormalig gemeenteraadslid Bloemendaal en medewerker Provincie Noord Holland) valt dat wel mee. In het essay waardig overheidsbestuur beschrijft ze het spanningsveld tussen de verschillende waarden van openbaar bestuur en het toepassen van digitale middelen, en legde de digitale waarden van Tada naast de traditionele waarden van goed bestuur.

Dit is een samenvatting van het essay. Het gehele essay is hier te downloaden (pdf).

Het vormgeven van ‘waardig digitaal bestuur’ behelst het inzetten van vier technologische ontwikkelingen voor de publieke zaak. Overheden willen big data, sensortechnologie, algoritmen en het Internet of Things gebruiken om overheidstaken efficiënter en effectiever uit te voeren. Efficiëntie en effectiviteit zijn beginselen van ‘goed openbaar bestuur’. Maar publieke waarden kunnen in het gedrang komen.

Verzamel- en combinatiedrang
Er worden ‘in het algemeen belang’ in de openbare ruimte data over burgers verzameld zonder dat zij weten dat dit gebeurt, zonder toestemming en zonder dat duidelijk is met welk doel. Door de hoeveelheid van projecten is het voor burgers ondoenlijk om steeds te achterhalen en te doorzien waarvoor ze eigenlijk toestemming geven. Bovendien is het steeds moeilijker voor burgers om zich aan datavergaring in de openbare ruimte te onttrekken. Als de verzamelde informatie vervolgens gebruikt wordt om het gedrag van burgers te sturen, kan men zich gemanipuleerd voelen. Als er ook nog interactie van overheidsapparatuur met apparaten van burgers plaatsvindt, dan verplaatsen deze vraagstukken zich naar de privésfeer.

Beperkingen van de AVG
De AVG heeft als doel de privacy te beschermen, maar de AVG is niet waterdicht. Geanonimiseerde data zijn te de-anonimiseren en niet-persoonlijke data krijgen steeds vaker persoonlijke kenmerken. Het is daarom van belang dat transparant is wanneer, hoe en waarom overheden data verzamelen, zodat de burger daar kennis van kan nemen en eventueel bezwaar kan maken. Hier ligt een spanningsveld omdat de Wet Open Overheid, die vergaande openbaring van gegevens afdwingt, stagneert.

Wanneer is open te open?
 De keerzijde aan transparantie over data is dat als inzichtelijk is over welke data overheden beschikken, deze data opgevraagd kunnen worden. Dat kunnen andere overheden zijn, die dezelfde data binnen een nieuwe context willen gebruiken. Deze zogenaamde ‘function creep’ druist in tegen de vereisten van de AVG. De uitzonderingen die de AVG hierop kent zullen zeer verleidelijk zijn voor overheden om te gebruiken.

Daarnaast kunnen private partijen data opvragen. De overheid zal deze data vervolgens met deze partijen moeten delen in het kader van de Wet hergebruik overheidsinformatie. Zoals gezegd zijn niet-persoonlijke data steeds vaker persoonlijk. Hier zit dus alsnog een privacy-risico.

Algocadabra; de overheid als black box
Tot slot is het gebruik van algoritmen om data te verwerken niet onomstreden. Zo kan het ontwerp van algoritmen leiden tot discriminerende effecten en zogenoemde ‘feedback loops’. Daarnaast is er sprake van toenemende complexiteit van algoritmen, waardoor algoritmen straks niet meer uitlegbaar en/of controleerbaar zullen zijn en waardoor openheid, transparantie en accountability in het gedrang komen. Als algoritmen niet openbaar zijn en gecontroleerd (kunnen) worden, blijven eventuele ongewenste bijwerkingen onzichtbaar.

Om de ergste problemen van digitaal openbaar bestuur te verhelpen zijn er verschillende tactieken voorhanden.

Een sensordataregister
Een register kan inzichtelijk maken welke overheid welk type data in de openbare ruimte vergaart. Dit lost het probleem van verminderde keuzevrijheid echter nog niet op omdat het niet altijd mogelijk is om je aan de meting van een sensor te onttrekken, ook als je weet waar deze hangt. Om in ieder geval te voorkomen dat hele gemeenten onbegaanbaar worden voor burgers die niet van monitoring gediend zijn, dient de volksvertegenwoordiging een zeer kritische afweging te maken tussen algemeen belang en individueel belang.

Democratische toestemming
In situaties waarin het ondoenlijk is om expliciet de toestemming van iedere burger te vragen voor datavergaring- of verwerking, zou die toestemming ieder geval bij de volksvertegenwoordiging moeten zijn opgehaald. Een volksvertegenwoordiging die ingestemd heeft kan eventueel in een later stadium nog ter verantwoording  worden geroepen.

Dataminimalisatie
Vergaande dataminimalisatie en acces control. Als overheden standaard minder informatie bewaren, maar elke keer, voor een specifiek doel, opnieuw toestemming vragen aan de de burger kan de privacy van de burger beter beschermd worden. Hier zijn technische hulpmiddelen voor in ontwikkeling, maar er wordt wel veel zelfredzaamheid van de burger bij gevraagd die elke keer weer opnieuw toestemming moet verlenen.

Grenzen aan burgerverantwoordelijkheid.
Het ontwikkelen van ‘technologisch burgerschap’ is voor velen het antwoord. Dit zou burgers weerbaar maken tegen de invloeden van digitalisering. Hier mogen we echter niet te veel van verwachten. Veel burgers ontberen het denk- en doenvermogen dat nodig is voor het doorzien van de complexiteit van hun keuzes. Hierdoor is het niet mogelijk te verwachten dat mensen geïnformeerde keuzen maken. We merken dit elke dag als we weer op ‘OK’, ‘Accepteer’ en ‘Ga Door’ klikken als we met een cookie- of privacy statement worden geconfronteerd.

Beter toezicht
Een toezichtcommissie voor controle op ingewikkelde algoritmen en hun effecten. Dit lost het probleem van oncontroleerbare algoritmen niet op. Het is daarom van belang dat overheidsorganisatie eerst afwegen in welke beleidsvelden welk type algoritmen ingezet mogen worden. Dit is een politieke keuze.

Niet handelen is geen optie. De uitdagingen waar we voor staan zijn complex en veel hangt af van de afweging wat sociaal wenselijk is en wat economisch haalbaar is. De consequentie van dataminimalisatie en het niet gebruiken van oncontroleerbare algoritmen is wel dat er soms maatschappelijke kansen onbenut zullen blijven. Het is aan gemeenteraden en Provinciale Staten om over deze gemiste kansen verantwoording af te leggen aan de burger.

Het is dus vooral aan overheden zelf om meer sturing en richting te geven aan een integere omgang met nieuwe technologieën en verantwoording af te leggen over gemaakte keuzes daarbij. Dit betekent dat juist politici, bestuurders en ambtenaren zich moeten ontwikkelen tot ‘technologisch burger’. Het begint dan bij besef van de problematiek dat gestimuleerd kan worden door debat. Basiskennis bij ambtenaren zou gestimuleerd moeten worden door interne opleidingen. Daarnaast zou bij iedere overheidsorganisatie voldoende specialistische kennis over ethiek in relatie tot digitalisering in de organisatie aanwezig moeten zijn. Het is niet logisch om dit op projectbasis in te huren, omdat de problematiek zich in toenemende mate in alle beleidsvelden voordoet, zowel in beleidsontwikkeling als in –uitvoering.